De Hernense molen


De Molen  |  Geschiedenis  |  Foto's  |  Techniek  |  Virtuele bezichtiging  |  Links  |  Contact

Virtuele bezichtiging
Op deze site kunt u een indruk krijgen van de werking van de Hernense molen.
In principe is deze werking bij alle stenen beltkorenmolens gelijk.

Van stap tot stap is te zien hoe de kracht van de wind overgebracht wordt op de maalstenen in het maalkoppel.
Uiteraard heeft deze presentatie zijn beperkingen. Om een betere indruk te krijgen nodigen wij u van harte uit 
om de molen in het echt te komen bezichtigen
.


Engels kruiwerk
Omdat de wind niet altijd vanuit dezelfde richting komt zullen de wieken van de molen verplaatst moeten worden.
Om dit te kunnen realiseren is de kap van de molen, waarin de wiekenas zicht bevindt,
met wieltjes op een soort rails geplaatst zodat deze naar de wind gedraaid kan worden.
Aan de achterzijde van de molen is een lier met kettingen geplaatst waarmee de kap in de
goede stand getrokken kan worden
.


Van wiek naar as
De wind oefent krachten op de wieken waardoor deze in beweging komen.
Deze kracht wordt van de wieken overgebracht op de bovenas zodat deze gaat draaien
.



Van vangtrommel naar vang
Om de bovenas weer tot stilstand te brengen als de werkdag afgelopen is of als het steenrondsel van
de steenspil in het spoorwiel bewogen moet worden, wordt met de vang het bovenwiel stil gezet.
Met behulp van het vangtouw dat om de vangtrommel zit wordt de vangbals uit de haak getild.
Daarna kan de vangbalk door het vieren van het vangtouw verder zakken en wordt door het
gewicht van de vangbalk de vang om het bovenwiel getrokken worden.
De vang bestaat bij deze molen uit vijf blokken hout, de vangstukken, die precies om het bovenwiel passn.
Om het bovenwiel zit een stalen band als voering en de vangstukken worden door de vangbalk om de
stalen voering getrokken.
Hierdoor neemt de snelheid van het bovenwiel af totdat uiteindelijk de bovenas met de wieken stil staat.



Van bovenwiel naar bonkelaar
De kracht van de wind wordt via de as overgedragen aan het bovenwiel.
Dit bovenwiel brengt deze krachten via een vertanding, de kammen, over op de bonkelaar.
Dit is een wiel dat aan de koningsspil bevestigd is die voor de aandrijving zorgt van alle componenten die in de molen zitten.




Het penlager van de bovenas
Bij de bovenas van de molen liggen de hals en de pen van de as in lagerschalen.
De hals zit tussen het bovenwiel en de wieken en de pen zit aan het uiteinde van de as.
Zowel de hals als de pen liggen in een lagerblok dat van een speciaal steensoort is gemaakt.
Vaak wordt hiervoor een harde kalksteensoort voor gebruikt, arduin.
Als smeermiddel wordt voor beide lagerblokken reuzel gebruikt.


Van Bovenwiel naar koningsspil
De krachten van het bovenwiel wordt via kammen overgebracht op de bonkelaar.
De bonkelaar zit om de koningsspil bevestigd en zorgt hiermee voor de aandrijving van diverse componenten
in de molen zoals de maalstenen of, b.v. bij een zaagmolen, het zaagmechanisme.

De kammen bestaan uit twee verschillende houtsoorten, waardoor er minder slijtage op treedt.
Een veel gebruikte combinatie is kammen van azijnhout aan het bovenwiel en palmhout in de bonkelaar.
Tevens worden de kammen ingesmeerd met zuivere bijenwas



Wieken langs het raam
De Molenaar kan in de molen zien hoe snel de wieken draaien. Bij één van de raampjes
komen de wieken voorbij en de molenaar telt hoeveel wieken (enden) er per minuut voorbij komen.
Stel dat er 60 enden per minuut voorbij komen, dan draait de molen met 15 omwentelingen per minuut.



Naar het maalkoppel
Als het steenrondsel in het spoorwiel geplaatst is worden maalstenen uiteindelijk door de wind in beweging
gezet en kan de molenaar graan gaan malen.
Van de twee maalstenen ligt de onderste vast op de vloer en 
draait
de bovenste. De afstand tussen de twee maalstenen kan geregeld worden door de bovenste steen
iets te laten zakken of iets te lichten.
De hoogte is o.a. afhankelijk van de gewenste meelkwaliteit en de snelheid van de molen.